Zoutwinning

Het zout in Twente is ruim 200 miljoen jaar geleden afgezet door de verdamping van zeewater. Dit deel van Nederland was tot dan toe binnenzee. In de bodem onder Hengelo en omgeving bevindt zich op circa 450 meter diepte een 50 meter dikke laag steenzout. Genoeg voor vele honderden jaren zoutwinning.

Huisjes in weiland

Zout wordt in Twente gewonnen door middel van oplosmijnbouw, waarbij in het winningsgebied met pekel gevulde holle ruimten, zogenaamde cavernes, worden gevormd.

Vanuit de zoutfabriek wordt water naar de winningslocatie gepompt en onder druk in de bodem gebracht. Het steenzout lost op in het geïnjecteerde water en wordt als pekel weer naar boven gevoerd. Aan de bovenzijde in de caverne, op het pekelwater, wordt een zogenaamde uitlogingsdeken aangebracht. Doorgaans wordt hier olie voor gebruikt, omdat de olie op het water blijft drijven en zo het zoutdak van de caverne beschermt. Met die oliedeken wordt de ontwikkeling van de caverne gestuurd.

De pekel wordt door leidingen naar fabriek gepompt en opgevangen in grote opslagreservoirs. Daarna volgt verdere verwerking door het Zoutproductiebedrijf.

De winningslocaties zijn continu in bedrijf. De gehele ontwikkeling van een caverne (uitlogingsfase) duurt circa 10 tot 15 jaar. De caverne blijft na die tijd gevuld met pekel.

Hijskraan bij zoutwinningsinstallatie

Uitgebreide informatie over zoutwinning is te vinden in de brochure ‘Wat gebeurt er op mijn land bij het winnen van zout’.

Meer informatie