Bodemdaling en stabilisatie

Bodemdaling is een vorm van bodembeweging: de relatieve stijging of daling van het aardoppervlak. Deze daling of stijging kan ontstaan door natuurlijke oorzaken, zoals het inklinken van veen en door de invloed van de mens. Bij het laatste kan gedacht worden aan waterwinning, bemaling van polders en de winning van delfstoffen, zoals aardgas en zout.

Landelijk weggetje

Zoutgesteente heeft een unieke eigenschap waarbij het zich gedraagt als een ‘taai’ gesteente, dat langzaam kan vervormen. Dit in tegenstelling tot een ‘bros’ gesteente dat niet vervormt maar eventueel breekt als de druk heel groot wordt. Deze eigenschap van zout als ‘taai’ gesteente heet ‘zoutkruip’.

Bij de productie van zout uit de Twentse ondergrond ontstaan cavernes, grote holtes diep onder de grond. Door zoutkruip ‘krimpen’ cavernes heel langzaam tijdens en na hun ontwikkeling. Dat leidt op de lange termijn tot bodemdaling aan het aardoppervlak. Met de huidige stand van de winningstechniek wordt die daling beperkt tot enkele millimeters per jaar.

Stabilisatie van niet meer gebruikte cavernes

Zoutcavernes die niet meer in gebruik zijn, kunnen diep onder grond op de lange termijn instorten. De moderne cavernes zijn zodanig ontworpen dat daardoor geen hinderlijke effecten aan het aardoppervlak ontstaan. Sommige oudere cavernes zijn niet zo stabiel en minder goed ontworpen. Om te voorkomen dat die instabiele cavernes tot problemen leiden, worden ze gevuld met restmateriaal van de zoutwinning.

Schuurtje in de wei

Op basis van mijnbouwkundig onderzoek en in overleg met Staatstoezicht op de Mijnen is vastgesteld welke cavernes in welke volgorde het beste opgevuld kunnen worden. Met hulp van sonar en microseismiek volgt AkzoNobel de ontwikkeling van cavernes en kan waar nodig de volgorde worden aangepast.